Wie een bijenhotel ophangt, doet dat meestal met de beste bedoelingen. Je wilt iets terugdoen voor de natuur. Misschien zag je minder bijen in de tuin, of hoorde je over de achteruitgang van biodiversiteit. Dan is de logische vraag: wat is eigenlijk de beste plek voor een bijenhotel?
Het korte antwoord: een bijenhotel werkt alleen als het op de juiste plek hangt, in de juiste omgeving. Het langere antwoord is interessanter. Want een bijenhotel is geen los object, maar onderdeel van een groter verhaal over hoe we onze tuinen, erven en leefomgeving inrichten. En precies daar zit de echte winst, voor bijen én voor ons.
In Nederland leven meer dan 360 soorten wilde bijen. Het overgrote deel daarvan leeft solitair. Ze maken geen honing, hebben geen koningin en geen volk. Elke bij legt haar eigen eitjes in een zelfgekozen nestgang. Dat kan een holle stengel zijn, een gaatje in hout of een gangetje in zand.
Door verstedelijking, strak gemaaide tuinen en intensief beheer zijn veel van die natuurlijke nestplekken verdwenen. Heggen zijn vervangen door schuttingen, rommelhoekjes door grind, bloemen door tegels. Voor wilde bijen betekent dat twee problemen tegelijk: minder voedsel én minder plekken om te nestelen.
Een bijenhotel kan helpen om dat tweede probleem deels op te vangen. Maar alleen als het hotel op een plek hangt die aansluit bij het natuurlijke gedrag van bijen. Anders blijft het leeg, hoe mooi het er ook uitziet.
Wilde bijen zijn onmisbaar voor bestuiving. Niet alleen van fruitbomen en groenten, maar ook van wilde planten die de basis vormen van ecosystemen. Minder bijen betekent minder zaad, minder variatie en uiteindelijk een minder veerkrachtig landschap.
Voor mensen raakt dat aan meer dan voedselproductie alleen. Biodiversiteit zorgt voor een leefomgeving die beter omgaat met droogte, hitte en wateroverlast. Het maakt steden koeler, tuinen levendiger en het landschap gezonder.
Een goed geplaatst bijenhotel heeft daarom een dubbele waarde. Voor bijen is het een veilige plek om zich voort te planten. Voor mensen is het een manier om weer te leren kijken. Wie eenmaal ziet hoe een metselbij een nestgang dichtmetselt, kijkt anders naar een bloeiende tuin of een kale gevel.

De beste plek voor een bijenhotel voldoet aan een aantal vrij simpele, maar vaak vergeten voorwaarden.
Wilde bijen zijn koudbloedig. Ze hebben zon nodig om actief te worden. Hang een bijenhotel daarom op een plek met zon, bij voorkeur gericht op het zuiden of zuidoosten. Ochtendzon is ideaal, zodat bijen vroeg op de dag kunnen starten. Een bijenhotel in de volle schaduw, tegen een noordmuur, wordt zelden gebruikt.
Vocht is funest. Regen die in de nestgangen slaat, zorgt voor schimmel en sterfte van larven. Hang een bijenhotel daarom altijd droog, onder een dakrand, afdakje of met een kleine overstek. Ook beschutting tegen harde wind helpt. Een rustige plek werkt beter dan een open, winderige gevel.
Een wiebelend bijenhotel wordt vaak genegeerd. Zorg dat het stevig hangt en niet meebeweegt bij wind. Bijen zijn gevoelig voor trillingen en kiezen liever voor een stabiele plek.
Misschien wel de belangrijkste factor: er moeten bloemen in de buurt zijn. Liefst binnen 300 meter, maar dichterbij is beter. Denk aan bloeiende planten, struiken en bomen die passen bij het seizoen. Een bijenhotel zonder bloemen is als een huis zonder supermarkt in de buurt. Het ziet er misschien goed uit, maar het werkt niet.
Hang een bijenhotel op ongeveer één tot twee meter hoogte. Dat is hoog genoeg om verstoring te voorkomen en sluit goed aan bij het natuurlijke zoekgedrag van veel soorten.
Het mooie is: je hoeft geen grote tuin te hebben om verschil te maken. Kleine keuzes doen ertoe.
Het hoeft niet perfect. Het gaat erom dat wat je doet past bij jouw plek en mogelijkheden. Juist die haalbaarheid maakt het duurzaam.

Bijdemaker is ontstaan vanuit een eenvoudige gedachte: biodiversiteit begint dichtbij. Niet met grote plannen, maar met praktische stappen die mensen zelf kunnen zetten.
Het initiatief richt zich op bewustwording, kennis en doen. Bijenhotels zijn daarbij geen doel op zich, maar een middel om mensen anders te laten kijken naar hun omgeving. Naar wat leeft, wat ontbreekt en wat mogelijk is. Een bijenhotel werkt het best als het onderdeel is van een groter geheel: bloemen, ruimte, rust en aandacht. Zo ontstaat impact die verder gaat dan één object aan de muur.
Nee. Schoonmaken verstoort vaak juist de ontwikkeling van bijen. Laat het hotel met rust en vervang het pas na meerdere jaren als het echt versleten is. Onze observatiehuisjes moeten wel schoongemaakt worden, deze gaan daarom ook veel langer mee!
Het hele jaar door kan, maar het vroege voorjaar is ideaal. Dan zijn veel bijen actief op zoek naar nestplekken.
Bijenhotels zijn bedoeld voor solitaire bijen. Ze trekken geen wespenplagen aan en zijn niet agressief.
Dat hangt af van de omgeving. Eén goed geplaatst hotel met voldoende bloemen in de buurt kan al verschil maken.
Dan is dat een signaal. Kijk of er genoeg zon, droogte en voedsel is. Soms vraagt het om kleine aanpassingen.
De beste plek voor een bijenhotel is niet alleen een technische keuze. Het is ook een uitnodiging om beter te kijken naar je eigen omgeving. Naar zon en schaduw, naar bloemen en stenen, naar wat leeft en wat ontbreekt. Wie een bijenhotel ophangt en het leven erin observeert, merkt vaak dat het niet bij die ene actie blijft. Het zet iets in beweging. Meer aandacht. Meer vragen. Meer zorg voor de plek waar je woont of werkt. En misschien is dat wel de grootste waarde. Niet het hotel zelf, maar het andere kijken dat ermee begint.
