De metselbij (Osmia) is een wilde bijensoort die in Nederland veel voorkomt. Hij behoort tot de familie van de graafbijen en leeft solitair. Dat betekent: geen koningin, geen kolonie en geen honingproductie. Elke vrouwelijke metselbij leeft en werkt alleen, en regelt alles zelf: een nestplek zoeken, eieren leggen en voedsel verzamelen voor haar nakomelingen.
In Nederland leven zo'n 360 soorten wilde bijen, en de metselbij is daar een van de bekendste. De meest voorkomende soort is de rosse metselbij (Osmia bicornis). Deze bij is roodbruin behaard, iets kleiner dan een honingbij en te herkennen aan zijn gedreven, snelle vlieggedrag.
De naam "metselbij" heeft hij gekregen door zijn bouwkunst. Om haar nest af te sluiten, verzamelt het vrouwtje klei of modder en metselt daarmee de ingang dicht. Een precisiewerk dat je zelf kunt observeren als je geluk hebt.


De metselbij is een uitzonderlijk goede bestuiver. Sterker nog: onderzoek laat zien dat één rosse metselbij het bestuivingswerk doet van wel 120 honingbijen. Dat heeft alles te maken met hoe ze stuifmeel verzamelen. Honingbijen bevochtigen het stuifmeel en stoppen het strak in korfjes aan hun poten. Metselbijen doen dit niet: zij vervoeren het stuifmeel droog, in het haar op hun buik. Dat loszittende stuifmeel verspreidt zich raak bij elke bloem die ze bezoeken.
Voor fruitbomen, moestuinen en wilde bloemen is de metselbij dan ook een onmisbare gast. Ze zijn actief in de vroege lente, precies wanneer appel- en perenbomen bloeien en er weinig andere bestuivers zijn. Wie metselbijen in de tuin heeft, merkt dat al snel terug aan een rijkere oogst.
Metselbijen zijn echte voorjaarsdieren. De rosse metselbij vliegt van ongeveer half maart tot eind juni, met een piek in april en mei. Zodra de temperaturen regelmatig boven de 12 graden uitkomen, komen de eerste mannetjes uit hun cocons tevoorschijn. Zij wachten op de vrouwtjes, die iets later verschijnen.
Na de paring gaat het vrouwtje meteen aan het werk. Ze zoekt een nestplek, verzamelt stuifmeel en nectar, legt een ei en sluit de cel af met kleimortier. Dat herhaalt ze de hele zomer, cel voor cel, tot haar leven in het najaar eindigt. De nakomelingen overwinteren als volgroeide bij in hun cocon en komen het volgende voorjaar zelf uit. Het vliegseizoen is daarmee relatief kort, maar intens. In die paar maanden doet de metselbij enorm veel goed voor de biodiversiteit in jouw omgeving.
Vanuit een ei duurt het een heel jaar voordat een nieuwe metselbij uitkomt. Het ei wordt in het voorjaar gelegd, de larve voedt zich in de zomer met de meegebrachte stuifmeel-nectarballetjes, maakt een cocon in het najaar en overwintert daarin als volwassen bij. Pas als de temperaturen in het volgende voorjaar hoog genoeg zijn, bijt de bij zich door de cocon en door de kleiplug naar buiten.
Je kunt dit proces zelf volgen met een bijenobservatiehuisje. Daarin zijn de buisjes zichtbaar, zodat je kunt zien hoe de cellen gevuld worden en later dichtgemetseld zijn.
Dit is een van de meest gestelde vragen over de metselbij, en het antwoord zal velen verrassen. Technisch gezien heeft het vrouwtje een angel, maar ze gebruikt die bijna nooit. Metselbijen zijn vreedzame dieren zonder nest om te verdedigen. Ze zijn niet agressief naar mensen en steken alleen als ze letterlijk vastgehouden worden.
Mannetjes hebben helemaal geen angel!
Dat kleimetselen heeft niets te maken met agressie. Het is bouwgedrag: het vrouwtje metselt elke nestelcel af om de eitjes en het voedsel te beschermen. Een perfecte, waterdichte afsluiting die roofinsecten en schimmels buitenhoudt. Elke dichtgemetselde buis in je bijenhotel is dus een succesvol voltooid nest.


In de natuur zoekt de metselbij holle stengels van riet of braam, spleten in dood hout, verlaten insectengangen of zelfs scheuren in oude muren. Ze hergebruiken bestaande holtes, want zelf graven doen ze niet (dat is meer iets voor zandbijen).
In tuinen vinden metselbijen ook prima plekken: een houten schutting met spleten, een stapel dood hout of een bijenhotel met rietstengels of houten buisjes van de juiste afmeting. De metselbij is daarin minder veeleisend dan sommige andere bijensoorten, wat haar makkelijk aan te trekken maakt.
Wil je metselbijen verwelkomen in je tuin? Dan zijn er een paar dingen die écht het verschil maken.
De metselbij is klein, stil en werkt onopvallend. Maar wie goed kijkt in het voorjaar, ziet haar overal. Wil je haar écht van dichtbij meemaken? Het Metselbij observatiehuisje van Bijdemaker is gemaakt van douglas- of eikenhout en heeft doorzichtige buisjes zodat je de hele nestcyclus kunt volgen: van de eerste ei tot de dichtgemetselde cel. Combineer het met een Grote Harsbij Pakket voor meteen een volwaardige start, en je tuin verandert dit voorjaar in een heus metselbij-atelier. Dat lijkt ons een mooie ruil.
Blijf op de hoogte van allerlei handige tips of andere leuke informatie. Wij delen regelmatig informatieve en inspirerende berichten waarvan wij geloven dat zowel jij, maar ook de bij wat aan heeft.
Volg ons op Instagram en schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief.

